Haskoning & LCL

Ambitie begint aan de tekentafel

Voortbouwend op de lessen uit LCL Brussels-West bekijken we koolstofarm en future-proof bouwen niet als een aparte oefening, maar als een integraal onderdeel van design, procurement en langetermijn asset management, volledig in lijn met onze bredere duurzaamheidsstrategie. Zonder daarbij in te boeten op de fundamenten van betrouwbaarheid, redundantie en schaalbaarheid.

Stijn de Kruijf, LCL’s Data Center Lead at Haskoning

Terwijl LCL haar datacenters verder uitbreidt en moderniseert, speelt duurzaamheid steeds vroeger in de projectlevenscyclus een bepalende rol. Energie-efficiëntie blijft daarbij een vanzelfsprekende basisvoorwaarde, maar de focus verruimt. In recente projecten kijken we ook naar de embodied carbon van bouwmaterialen, de levensduur en vervangbaarheid van MEP-installaties en de mate waarin gebouwen zich in de toekomst flexibel kunnen aanpassen aan nieuwe technologieën of veranderende behoeften, zonder ingrijpende structurele aanpassingen. Ook keuzes rond koelconcepten, redundantie en efficiëntie hebben een directe impact op het waterverbruik over de volledige levensduur van een datacenter. Daarom wordt ook waterverbruik vandaag al structureel meegenomen vanaf de eerste ontwerpfase.

Floris Smits, Chief Project Officer bij LCL, en Stijn de Kruijf, Data Center Lead bij Haskoning, delen hun visie op het belang van duurzaamheid als uitgangspunt van bij de start van het ontwerpproces.

“Toen we voor een van onze datacenters in LCL Brussels-West een Life Cycle Assessment (LCA) uitvoerden, kregen we voor het eerst een concreet referentiepunt dat vandaag mee richting geeft aan hoe toekomstige datacentergebouwen van LCL worden ontworpen, geëvalueerd en geoptimaliseerd over hun volledige levenscyclus,” zegt Smits. “Zo’n LCA creëert een duidelijke nulmeting,” vult De Kruijf aan. “En dat is cruciaal, want zodra je impact meetbaar maakt, kan je duurzaamheidsambities ook effectief vertalen naar gerichte ontwerpkeuzes.”

Waarom is het zo belangrijk om duurzaamheid al vroeg in het ontwerpproces te integreren?

Floris Smits: “Duurzaamheid integreren betekent dat de impact van CO₂-uitstoot en materiaalkeuzes besproken wordt vóór technische layouts definitief vastliggen. Zo bekijken we hoe lang bepaalde installaties meegaan, of componenten afzonderlijk vervangbaar zijn en hoe een gebouw kan meegroeien met technologische evoluties. Die overwegingen beïnvloeden keuzes rond structuur, ruimte-indeling en technische redundantie. Hetzelfde geldt voor water: beslissingen rond koelconcepten bepalen de waterefficiëntie lang voordat een gebouw operationeel is.”

Welke concrete voordelen biedt een energie-efficiënt en milieubewust gebouwontwerp?

Stijn de Kruijf: “Jarenlang lag de focus in de sector vooral op operationele efficiëntie, met indicatoren zoals PUE. Dat heeft belangrijke vooruitgang opgeleverd en blijft relevant. Maar LCAs tonen duidelijk aan dat bouwmaterialen en technische installaties een aanzienlijk deel van de totale koolstofimpact vertegenwoordigen. Beton, staal en MEP-systemen zijn de grootste drivers van embodied emissions. Door die impact meetbaar te maken, kunnen we gericht optimaliseren: door materiaalvolumes te reduceren, alternatieve materialen of processen te kiezen of de levensduur van installaties te verlengen. Zo wordt duurzaamheid een structureel en meetbaar onderdeel van ontwerpbeslissingen.”

Floris Smits: “Voor LCL Brussels-West heeft de LCA precies dat inzicht gebracht. Daarom gebruiken we die vandaag als intern referentiepunt: het helpt ons prioriteiten bepalen en gerichte verbeteringen doorvoeren in toekomstige projecten.”

Hoe ondersteunt de samenwerking tussen LCL en Haskoning deze aanpak?

Floris Smits: “Onze samenwerking gaat veel verder dan individuele projecten. Haskoning is betrokken van de eerste ontwerpstadia tot en met de uitvoering. Die continuïteit zorgt ervoor dat lessons learned systematisch meegenomen worden naar volgende projecten. Dat is bijzonder belangrijk voor duurzaamheid, omdat vooruitgang stap voor stap wordt opgebouwd. Elk project verfijnt onze ontwerpprincipes, procurement-aanpak en meetmethodes.

Daarnaast hebben we samen met Haskoning een gezamenlijke werkgroep opgericht die verder kijkt dan lopende projecten. Binnen die werkgroep onderzoeken we future-proof materialen, evoluerende bouwmethodes en nieuwe duurzaamheidsstandaarden, zodat inzichten niet theoretisch blijven maar effectief vertaald worden naar toekomstige ontwerpen.”

Stijn de Kruijf: “Duurzaamheidsmaturiteit ontstaat niet van vandaag op morgen. Door over meerdere projecten samen te werken, kunnen we aannames testen, datakwaliteit verbeteren en onze ambities geleidelijk verhogen. Het feit dat LCL partners vroeg betrekt, creëert precies de juiste omstandigheden voor dat leerproces.”

Procurement speelt een belangrijke rol in groenere en duurzamere gebouwen. Welke concrete acties lopen vandaag al?

Floris Smits: “Procurement is een van onze krachtigste hefbomen. ESG-criteria maken vandaag integraal deel uit van ons aankoopbeleid, naast kost, kwaliteit en betrouwbaarheid. Dat geldt zowel voor leveranciersselectie als voor de manier waarop we assets beheren over hun volledige levenscyclus.

Een concreet voorbeeld is onze samenwerking met Out of Use, gespecialiseerd in de gestructureerde terugname en duurzame verwerking van MEP-equipment aan het einde van de levensduur. In plaats van componenten als afval te behandelen, worden ze ontmanteld, gesorteerd en gecontroleerd hergebruikt of gerecycleerd. Onafhankelijke analyses tonen aan dat deze aanpak betere circulaire resultaten oplevert. In ons geval stijgt de effectieve materiaalrecuperatie met 14,08% en de circulaire uitstroom met 7,42%, wat resulteert in een verbetering van 3,71% in totale material circularity tegenover conventionele, modelgebaseerde afvalstromen.

Tegelijk toont de analyse ook aan dat de circulaire instroom nog beperkt blijft. Dat bevestigt dat de grootste hefboom upstream ligt: in nauwere samenwerking met leveranciers rond materiaalkeuze, design for reuse en take-back afspraken.”

Stijn de Kruijf: “Circulariteit werkt alleen wanneer het structureel georganiseerd wordt. Systemen ontwerpen met demontage in gedachten, componenten specificeren die eenvoudig gescheiden kunnen worden en procurement afstemmen op verwerkingspartners vraagt coördinatie doorheen de volledige keten.”

Op welke procurementcategorieën en bouwprojecten zijn deze acties van toepassing?

Floris Smits: “We focussen eerst op de categorieën met de grootste milieu-impact en de langste levenscycli. Denk aan bouwwerken en grote MEP-assets zoals generatoren, UPS-systemen, koelinstallaties en elektrische infrastructuur. Daarnaast worden ESG-criteria steeds sterker geïntegreerd in leveranciersselectie en partnerships rond afvalverwerking. Leveranciers vullen onze ESG-questionnaires in en we volgen hun vooruitgang op over langere termijn. Zo stimuleren en inspireren we hen om continu te verbeteren.”

Wanneer worden deze acties en het green building measurement framework uitgerold?

Floris Smits: “Sommige initiatieven zijn vandaag al volledig operationeel, zoals specifieke circulariteitsprojecten met Out of Use en Close the Gap. Parallel ontwikkelen we een green building measurement framework dat we vanaf 2026 willen implementeren. Dat framework zal ons toelaten om duurzaamheidsperformantie consistent te evalueren over verschillende bouwprojecten heen, met aandacht voor energie-efficiëntie, embodied carbon, circulariteit en materiaalkeuzes. Het ondersteunt bovendien de afstemming met CSRD-reportingvereisten.”

Hoe helpen deze acties LCL om de milieu-impact te verlagen én tegelijk voorbereid te zijn op toekomstige regelgeving?

Stijn de Kruijf: “Door vandaag al metingen, circulariteit en documentatie structureel te integreren in design en procurement, verkleinen bedrijven zoals LCL hun toekomstige compliance-risico’s aanzienlijk.”

Floris Smits: “Deze acties pakken rechtstreeks risico’s aan die geïdentificeerd werden in onze dubbele materialiteitsanalyse, zoals schaarste aan grondstoffen, veranderende regelgeving en milieu-impact. Door duurzaamheid structureel te integreren in onze bouwprojecten verkleinen we onze ecologische voetafdruk én versterken we onze operationele weerbaarheid op lange termijn, terwijl betrouwbaarheid altijd een absolute kernvereiste blijft.”